Wetenschap

Meta-analyse claimt: geen sportvoordeel meer na hormoontherapie — de cijfers zeggen iets anders

Een nieuwe meta-analyse in het British Journal of Sports Medicine trekt wereldwijd de aandacht met de conclusie dat transvrouwen na hormoontherapie geen fysiek voordeel meer hebben. Een blik onder de motorkap laat een fragiele analyse zien: te weinig studies per uitkomst, verkeerd ingedeelde data en geen elite-atleten.

Redactie Gendersport.nl
·
Gepubliceerd 28 september 2026
Illustratie bij: Meta-analyse claimt: geen sportvoordeel meer na hormoontherapie — de cijfers zeggen iets anders

Op 3 februari 2026 publiceerde het British Journal of Sports Medicine een meta-analyse die binnen enkele dagen wereldwijd nieuws haalde: transvrouwen zouden na hormoontherapie geen meetbaar fysiek voordeel meer hebben op cisvrouwen. De onderzoeksgroep van Bruno Gualano (Universidade de São Paulo) poolde 52 studies met in totaal 6.485 deelnemers. Het is een indrukwekkend aantal artikelen om te verzamelen - maar wie de analyse zelf leest, ziet een fundamenteel ander verhaal dan de koppen suggereren.

Wat de studie zegt, en wat niet

De auteurs concluderen dat transvrouwen één tot drie jaar na de start van hormoontherapie weliswaar meer vetvrije massa behouden dan cisvrouwen, maar dat er geen significant verschil meer bestaat in boven- of onderlichaamskracht, noch in maximale zuurstofopname (VO2max). Daaruit trekken de auteurs de conclusie dat de aanname van een blijvend sportvoordeel op losse schroeven staat. Die conclusie werd door persbureaus en belangenorganisaties direct overgenomen als "de wetenschap is beslist". De auteurs zelf zijn voorzichtiger: zij noemen het beschikbare bewijs uitdrukkelijk "imperfect" en van lage zekerheid, met weinig longitudinale data, geen elite-atleten en nauwelijks controle voor trainingsgeschiedenis.

Drie tot vier studies per uitkomst

De Australische inspanningsfysioloog James Nuzzo becijferde in een gedetailleerde analyse dat de kernconclusies over kracht en uithoudingsvermogen steunen op niet meer dan drie tot vier onderliggende studies per uitkomstmaat. Bij zulke kleine aantallen kan één afwijkende studie de uitkomst van de hele pool kantelen. Nuzzo trof bovendien concrete fouten aan: een studie die transmannen met cismannen vergeleek werd verwerkt alsof die ging over transvrouwen tegenover cisvrouwen; een studie waarin metingen vóór het starten van hormoontherapie waren verricht, werd toch meegenomen ondanks dat de auteurs zelf als criterium hadden gesteld dat het om metingen ná de behandeling moest gaan. Grijpkracht-cijfers uit de studie van Jenkins (2020), die wél aan de inclusiecriteria voldeden maar de conclusie tegenspraken, werden juist niet meegenomen.

Appels en peren in één mand

Een studie die zwaar meewoog in de uiteindelijke uitkomst vergeleek transvrouwen uit de breedtesport met cisvrouwen die op nationaal niveau volleybal speelden - vrouwen die gemiddeld langer, zwaarder en intensiever getraind waren dan de transvrouwen in de steekproef. De oorspronkelijke auteurs van die studie noemden dat zelf al een verstorende factor; in de meta-analyse van Gualano en collega's werd dat verzwegen. Ook de gerapporteerde behandelduur - de auteurs spreken over "één tot drie jaar" hormoontherapie - bleek bij nader inzien uiteen te lopen van de startmeting tot veertien jaar, wat de onderlinge vergelijkbaarheid verder ondermijnt.

Wat onafhankelijke experts toevoegen

Het Science Media Centre vroeg na publicatie meteen om reacties van onafhankelijke wetenschappers. Hoogleraar sportgenomica Alun Williams (Manchester Metropolitan University) wees erop dat vrijwel alle onderliggende studies cross-sectioneel van opzet zijn, waardoor ze niets kunnen zeggen over wat de hormoontherapie zelf heeft veranderd. Krachttesten zijn bovendien afhankelijk van de inzet die iemand vrijwillig levert, en geen van de gebruikte studies mat die inzet objectief. Trainingsgeschiedenis - een van de sterkste voorspellers van sportprestatie - werd in vrijwel geen enkele studie serieus in kaart gebracht.

Het skelet verandert niet mee

Wat de meta-analyse volledig buiten beschouwing laat, is de lichaamsbouw die al vóór de hormoontherapie vastligt. Lengte, gewrichtsbreedte, borstkasomvang en longvolume worden bepaald tijdens de mannelijke puberteit en veranderen niet door oestrogeen of testosteronremmers, zoals we eerder uitgebreider beschreven in ons artikel over botdichtheid en lichaamsbouw. Juist in sporten waar reikwijdte, longcapaciteit of hefboomwerking bepalend zijn - zwemmen, roeien, werpnummers - blijft dat skeletvoordeel onaangetast, hoe de spierkracht zich ook ontwikkelt. Een eerdere, methodologisch steviger systematische review van Hilton en Lundberg (2021) concludeerde juist wél tot een blijvend prestatievoordeel na twee jaar hormoontherapie - een conclusie die deze nieuwe meta-analyse niet weerlegt, maar grotendeels naast zich neerlegt.

Waarom dit patroon blijft terugkomen

Het is inmiddels een vertrouwd stramien: een studie met een voorzichtige, methodologisch beperkte conclusie wordt in het persbericht en de berichtgeving omgezet in een stellige uitspraak, waarna die uitspraak als vaststaand feit het debat binnenkomt. Diezelfde dynamiek - een zwakke bewijsbasis die in de vertaalslag naar beleid en media steviger wordt voorgesteld dan zij is - beschrijven we uitgebreider in het onderzoeksoverzicht van Genderrisico.nl, dat laat zien hoe de Cass Review, het Zweedse SBU en andere overheidsevaluaties keer op keer diezelfde overschatting van zwak bewijs blootleggen. Voor de vraag of vrouwensport eerlijk blijft, is dat geen bijzaak: beleid dat op zulke koppen wordt gebouwd, staat op een fundament dat bij nader onderzoek telkens verkruimelt. Een vollediger beeld van wat er wél solide bekend is over sekseverschil in sportprestatie staat op onze overzichtspagina wetenschap.

Bronnen

  1. Sieczkowska, S.M., Gualano, B. e.a. (2026). Body composition and physical fitness in transgender versus cisgender individuals: a systematic review with meta-analysis. British Journal of Sports Medicine, gepubliceerd online 3 februari 2026. DOI 10.1136/bjsports-2025-110239.
  2. BMJ Group (3 februari 2026). Physical fitness of transgender and cisgender women is comparable, current evidence suggests (persbericht bij de studie).
  3. Science Media Centre (2026). Expert reaction to study looking at physical fitness of transgender and cisgender women, reactie van prof. Alun Williams (Manchester Metropolitan University).
  4. Nuzzo, J.L. (11 mei 2026). How a Flawed Meta-Analysis Misled the Public on Transgender Athletes. Reality's Last Stand.
  5. Hilton, E.N. & Lundberg, T.R. (2021). Transgender Women in the Female Category of Sport: Perspectives on Testosterone Suppression and Performance Advantage. British Journal of Sports Medicine, 55(15), 865-872.
Mark Visser

Mark Visser

Redactie

Redactie Gendersport.nl

Onafhankelijke redactie die sportwetenschap, systematische reviews en officiële reglementen toegankelijk samenvat. Informatief, geen juridisch of sportmedisch advies. Laatst bijgewerkt op 28 september 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over Wetenschap