Wetenschap

Handgreepkracht bij transvrouwen: wat het onderzoek werkelijk laat zien

Na hormoontherapie blijft de handgreepkracht van transvrouwen boven het vrouwelijke gemiddelde liggen. Wat het onderzoek onder Amerikaans luchtmachtpersoneel en de klinische studies daarover precies aantonen.

Redactie Gendersport.nl
·
Gepubliceerd 7 april 2021
Illustratie bij: Handgreepkracht bij transvrouwen: wat het onderzoek werkelijk laat zien

Onderzoek naar handgreepkracht bij transvrouwen levert een van de meest consistente uitkomsten in het hele sportdebat op: na jaren hormoontherapie ligt de knijpkracht nog altijd ruim boven het vrouwelijke gemiddelde. Hetzelfde patroon komt terug in een veelgeciteerd onderzoek onder Amerikaans luchtmachtpersoneel, waarin transgender militairen voor en na hormoonbehandeling werden gemeten op push-ups, sit-ups en hardlopen. Dit artikel zet op een rij wat die metingen precies laten zien, welke voorsprong wel en niet verdwijnt, en waarom sportbonden hun reglementen mede op dit type onderzoek zijn gaan baseren.

Waarom juist handgreepkracht zo vaak wordt gemeten

Handgreepkracht, of knijpkracht, is in de bewegingswetenschap de meest gebruikte maat voor spierkracht die er bestaat. Dat heeft praktische redenen. De meting kost een paar seconden, vraagt slechts een handdynamometer, is goed gestandaardiseerd en levert bij herhaling zeer betrouwbare uitkomsten op. Bovendien hangt de knijpkracht samen met de totale spiermassa en met de kracht van andere spiergroepen, waardoor onderzoekers hem gebruiken als indicator voor de algehele kracht van een persoon. In de geriatrie en de interne geneeskunde is knijpkracht al decennia een standaardparameter, wat betekent dat er referentiewaarden bestaan voor grote bevolkingsgroepen, netjes uitgesplitst naar leeftijd en geslacht.

Voor het debat over transvrouwen in de vrouwensport is dat laatste doorslaggevend. Wie wil weten of hormoontherapie een fysiek voordeel wegneemt, heeft een vergelijkingspunt nodig, en dat vergelijkingspunt bestaat voor knijpkracht in overvloed. Daarbij komt dat het geslachtsverschil in handgreepkracht groot is. Mannen liggen gemiddeld ongeveer veertig tot vijftig procent boven vrouwen, en de verdelingen overlappen weinig. In een bekend Duits onderzoek van Leyk en collega's uit 2007, gepubliceerd in het European Journal of Applied Physiology, bleek de knijpkracht van ongeveer negentig procent van de vrouwen onder die van vrijwel alle mannen te liggen. Zelfs getrainde vrouwelijke atleten haalden gemiddeld niet het niveau van ongetrainde mannen van dezelfde leeftijd.

Het onderzoek onder Amerikaans luchtmachtpersoneel

Het bekendste onderzoek dat prestaties voor en na hormoontherapie direct vergelijkt, is dat van Timothy Roberts, Joshua Smalley en Dale Ahrendt, gepubliceerd in het British Journal of Sports Medicine in 2021. De onderzoekers hadden toegang tot de medische dossiers van transgender militairen bij de Amerikaanse luchtmacht. Die militairen leggen elk jaar dezelfde verplichte fitheidstest af, en die testgegevens worden jarenlang bewaard. Daardoor ontstond een zeldzame situatie: dezelfde personen werden met exact hetzelfde protocol gemeten voordat zij aan hormoontherapie begonnen, en daarna opnieuw, jaar na jaar.

De onderzoeksgroep was klein, ongeveer dertig transvrouwen en ruim veertig transmannen, en dat is meteen de belangrijkste beperking. De fitheidstest bestond uit drie onderdelen: het maximale aantal push-ups in een minuut, het maximale aantal sit-ups in een minuut en een tijdrit over anderhalve mijl, ongeveer 2,4 kilometer. De uitkomsten werden vergeleken met de scores van vrouwelijke en mannelijke militairen van dezelfde leeftijd. Omdat de luchtmacht die normen zelf hanteert bij beoordelingen en promoties, gaat het niet om een kunstmatige laboratoriumtaak maar om een test die voor de deelnemers echte gevolgen had.

Voor de start van de hormoontherapie presteerden de transvrouwen zoals mannen van hun leeftijd. Zij deden ongeveer eenendertig procent meer push-ups en vijftien procent meer sit-ups dan vrouwelijke leeftijdsgenoten, en zij liepen de anderhalve mijl ruim twintig procent sneller. Dat is precies de orde van grootte die je op grond van de bekende prestatiekloof tussen mannen en vrouwen zou verwachten.

Wat verdween en wat bleef na twee jaar

Na twee jaar hormoontherapie waren de verschillen op de push-ups en de sit-ups verdwenen. Op die twee onderdelen presteerden de transvrouwen niet langer boven het vrouwelijke gemiddelde. Op het hardlopen bleef echter een voorsprong bestaan: na twee jaar liepen zij de afstand nog altijd ongeveer twaalf procent sneller dan vrouwelijke leeftijdsgenoten. Die voorsprong nam in de loop van de behandeling wel af, maar hij verdween niet, ook niet bij de deelnemers die langer dan twee jaar werden gevolgd.

Die uitkomst is minder tegenstrijdig dan zij lijkt. Push-ups en sit-ups zijn oefeningen met het eigen lichaamsgewicht, en hormoontherapie verandert de lichaamssamenstelling: de vetmassa neemt toe en de vetvrije massa neemt af. Wie zwaarder wordt zonder in verhouding sterker te blijven, haalt minder herhalingen. Zo'n test meet dus niet zuiver de spierkracht, maar de kracht gedeeld door het lichaamsgewicht. Het hardlopen leunt daarentegen op het hart, de longen en de bouw van het onderlichaam, en juist die eigenschappen veranderen veel minder. Wie wil begrijpen waarom, kan het beste doorlezen over longcapaciteit en hartvolume en over de rol van hemoglobine in het uithoudingsvermogen.

Knijpkracht na een jaar en na jaren behandeling

Naast het luchtmachtonderzoek bestaan er studies die de knijpkracht rechtstreeks meten. Scharff en collega's publiceerden in 2019 in Endocrine Connections een onderzoek onder een grote groep transgender personen die in Amsterdam werden behandeld. Bij de transvrouwen daalde de handgreepkracht in het eerste jaar van de behandeling slechts licht, en de gemiddelde waarde bleef boven de referentiewaarden voor vrouwen liggen. Bij transmannen nam de knijpkracht juist duidelijk toe. De onderzoekers legden een verband met de verandering in vetvrije massa: kracht volgt de spiermassa, en de spiermassa verandert langzaam.

Wiik en collega's kwamen in 2020 in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism tot een vergelijkbaar beeld. Zij maten na twaalf maanden hormoontherapie een afname van het dijbeenspiervolume van ongeveer vijf procent, terwijl de kracht bij het strekken van de knie nauwelijks terugliep. Meer over die metingen staat in het artikel over spiermassa en spierkracht na hormoontherapie. Een Braziliaans onderzoek van Alvares en collega's uit 2022, eveneens in het British Journal of Sports Medicine, keek naar transvrouwen die al vele jaren hormonen gebruikten. Ook daar lag de absolute handgreepkracht boven die van de vrouwelijke controlegroep, terwijl het zuurstofopnamevermogen per kilogram juist lager uitviel dan bij mannen.

Absolute kracht of kracht per kilogram

Een deel van de verwarring in dit debat komt voort uit het verschil tussen absolute en relatieve kracht. Absolute kracht is de kracht die iemand kan leveren, ongeacht het lichaamsgewicht. Relatieve kracht is diezelfde kracht gedeeld door dat gewicht. In sporten waarin het eigen lichaam moet worden verplaatst, zoals hardlopen, springen en klimmen, telt vooral de relatieve kracht. In sporten waarin een tegenstander of een voorwerp moet worden verplaatst, zoals judo, worstelen, roeien, kogelstoten en rugby, weegt de absolute kracht zwaar mee.

Studies die de kracht per kilogram rapporteren, laten daarom een gunstiger beeld zien dan studies die de absolute kracht rapporteren. Beide zijn correct, maar zij beantwoorden verschillende vragen. Voor een sportbond die regels moet opstellen, is de relevante vraag welke maat past bij de sport in kwestie. Dat is een van de redenen waarom bonden onderling zo uiteenlopend beleid hebben ontwikkeld; de achtergronden daarvan staan gebundeld op de hub wetenschap en sportprestatie.

Wat de onderzoekers zelf concludeerden

Roberts en zijn collega's trokken uit hun eigen data een expliciete beleidsconclusie. Zij stelden vast dat de destijds gangbare eis van twaalf maanden hormoontherapie, zoals die in het beleid van het IOC uit 2015 stond, wetenschappelijk niet houdbaar was, omdat de verschillen na een jaar nog duidelijk aanwezig waren. Zij noemden twee jaar als een verdedigbaarder minimum. Tegelijk merkten zij op dat ook na twee jaar niet alle verschillen waren verdwenen. Die conclusie werkte rechtstreeks door in de discussie over de vereiste duur van hormoontherapie.

Het is belangrijk om te zien wat de onderzoekers niet beweerden. Zij stelden niet dat transvrouwen per definitie een onoverbrugbaar voordeel houden in elke sport, en zij deden geen uitspraak over topsport. Hun deelnemers waren militairen, geen wedstrijdatleten. Wat zij lieten zien, is dat de tijdlijn waarmee sportbonden werkten niet strookte met de gemeten werkelijkheid. Dat is een bescheidener claim dan vaak wordt gesuggereerd, maar voor het beleid was hij ingrijpend.

De beperkingen van dit type onderzoek

De kritiek op het luchtmachtonderzoek is reëel en verdient vermelding. De groep is klein, waardoor toevalsfluctuaties zwaar meewegen. Het onderzoek is retrospectief: het gebruikt gegevens die om een heel andere reden zijn verzameld. Er is niet gecorrigeerd voor trainingsgedrag, en juist mensen die een medische transitie doormaken, veranderen vaak hun leefstijl en hun trainingsschema. Ook is niet bekend hoe gemotiveerd de deelnemers aan elke afzonderlijke test waren. Ten slotte gaat het om militairen, van wie de gemiddelde fitheid boven het bevolkingsgemiddelde ligt maar ver onder dat van topsporters.

Daar staat tegenover dat de richting van de uitkomsten opvallend goed overeenkomt met die van ander onderzoek. De veelbesproken review van Hilton en Lundberg uit 2021 kwam tot dezelfde slotsom over spierkracht, en ook de overzichtsstudie van Harper en collega's uit datzelfde jaar, die inclusiever van toon was, constateerde dat kracht en spiermassa maar beperkt teruglopen. Wanneer studies met verschillende opzet, verschillende onderzoekers en verschillende uitgangspunten in dezelfde richting wijzen, wordt de uitkomst sterker dan elke afzonderlijke studie op zichzelf.

Hoe sportbonden dit onderzoek hebben gebruikt

Vanaf 2020 zijn internationale bonden hun reglementen gaan onderbouwen met precies dit soort metingen. World Rugby verwees in zijn richtlijnen van oktober 2020 uitdrukkelijk naar het uitblijven van krachtverlies na hormoontherapie. World Aquatics koos in juni 2022 voor een criterium dat helemaal niet meer op hormoonwaarden leunt, maar op het al dan niet hebben doorgemaakt van de mannelijke puberteit. World Athletics volgde in maart 2023 met een vergelijkbare lijn. In alle gevallen was de redenering dezelfde: als de kracht na jaren behandeling nog steeds verhoogd is, biedt een hormoongrens onvoldoende houvast.

Voor de bredere maatschappelijke kant van deze discussie, van kleedkamerbeleid tot wetgeving, biedt het netwerkportaal genderhub.nl een ingang. Binnen de sport zelf gaat het gesprek inmiddels vooral over de vraag of een aparte, open categorie een werkbare uitweg biedt, en over de vraag hoe ver een reglement mag gaan in het opvragen van medische gegevens. Wat het onderzoek naar handgreepkracht daaraan bijdraagt, is een nuchtere vaststelling: de eenvoudigste en meest herhaalde krachtmeting die de wetenschap kent, laat na hormoontherapie maar weinig verandering zien.

Bronnen

  1. Roberts TA, Smalley J, Ahrendt D (2021). Effect of gender affirming hormones on athletic performance in transwomen and transmen: implications for sporting organisations and legislators. British Journal of Sports Medicine.
  2. Hilton EN, Lundberg TR (2021). Transgender Women in the Female Category of Sport: Perspectives on Testosterone Suppression and Performance Advantage. Sports Medicine 51:199-214.
  3. Wiik A et al. (2020). Muscle Strength, Size and Composition Following 12 Months of Gender-affirming Treatment in Transgender Individuals. Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism.
  4. Scharff M et al. (2019). Change in grip strength in trans people and its association with lean body mass and bone density. Endocrine Connections.
  5. Alvares LAM et al. (2022). Cardiopulmonary capacity and muscle strength in transgender women on long-term gender-affirming hormone therapy. British Journal of Sports Medicine.
  6. Leyk D et al. (2007). Hand-grip strength of young men, women and highly trained female athletes. European Journal of Applied Physiology.

Redactie Gendersport.nl

Onafhankelijke redactie die sportwetenschap, systematische reviews en officiële reglementen toegankelijk samenvat. Informatief, geen juridisch of sportmedisch advies. Laatst bijgewerkt op 7 april 2021.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over Wetenschap