Eerlijke competitie
Wat vinden atletes zelf van transvrouwen in de vrouwensport?
Enquetes onder topsportsters, consultaties van bonden en uitspraken van bekende oud-olympiers laten zien hoe sporters zelf denken over de vrouwencategorie, en hoe dat zich verhoudt tot het beleid.

Wat atletes zelf vinden van transvrouwen in de vrouwensport is jarenlang nauwelijks gemeten. Bonden schreven beleid, belangenorganisaties voerden campagne en media publiceerden opiniestukken, maar de sporters om wie het gaat werd zelden iets gevraagd. Sinds 2021 is daar verandering in gekomen: enquetes, consultaties en publieke uitspraken geven inmiddels een redelijk consistent beeld. Dit artikel zet op een rij wat daaruit blijkt.
Waarom de mening van sporters zo laat in beeld kwam
Toen het Internationaal Olympisch Comite in 2015 zijn richtlijn opstelde waarin twaalf maanden testosteronsuppressie volstond, was er geen enkel onderzoek onder vrouwelijke atleten waarop dat besluit steunde. Hetzelfde gold voor het inclusieve raamwerk dat het IOC in november 2021 presenteerde. De input kwam van medische adviseurs, juristen en belangenorganisaties, niet van de vrouwen in de categorie waar het over ging.
Dat is geen detail. In vrijwel elk ander onderwerp, van speelkalenders tot dopingcontroles, worden sporters via atletencommissies geraadpleegd. Bij dit onderwerp gebeurde dat pas nadat nationale sportraden en bonden er zelf tegenaan liepen. Een deel van de verklaring ligt in de terughoudendheid van sporters om zich uit te spreken, beschreven in het artikel over de zwijgcultuur onder atletes.
De BBC-enquete onder Britse topsportsters
De belangrijkste openbare peiling is de enquete die de BBC in 2022 hield onder Britse topsportsters, als onderdeel van haar jaarlijkse onderzoek naar de positie van vrouwen in de sport. Een meerderheid van de respondenten gaf aan dat transvrouwen naar hun oordeel niet in de vrouwencategorie thuishoren. Nog opvallender was de manier waarop zij dat deden: dit was het onderwerp waarbij verreweg de meeste deelnemers uitdrukkelijk anoniem wilden blijven.
De redenen die de sportsters gaven waren zakelijk van aard. Zij noemden het fysieke verschil, de gevolgen voor selectie en kwalificatie en de vraag wat een titel nog waard is. Meerdere respondenten zeiden er tegelijk bij dat zij transgender sporters een plek gunnen en dat zij niets tegen de personen zelf hebben. Dat onderscheid tussen de persoon en de categorie komt in vrijwel elk onderzoek terug.
Wat de consultaties van sportraden opleverden
Een tweede bron zijn de consultaties die overkoepelende sportorganisaties hielden. De Britse sportraden publiceerden in september 2021 het resultaat van een breed opgezet onderzoek onder sportorganisaties en sporters. De kernconclusie luidde dat inclusie, eerlijkheid en veiligheid in sporten waar geslacht de uitkomst beinvloedt niet alle drie tegelijk kunnen worden gerealiseerd, en dat bonden dus een keuze moeten maken. Die conclusie is later door meerdere internationale bonden overgenomen en is uitgewerkt in het artikel over de botsing tussen inclusie en eerlijkheid.
Ook individuele bonden consulteerden hun achterban. World Rugby organiseerde in februari 2020 een workshop met wetenschappers, artsen en speelsters en kwam in oktober van dat jaar tot een uitsluitend beleid. British Cycling sprak in het voortraject van het beleid uit mei 2023 met renners die om anonimiteit vroegen. In beide gevallen was de uitkomst van de consultatie een van de redenen voor de beleidswijziging.
De bekendste kritische stemmen
Aan de kritische kant staan vooral oud-olympiers. De Britse zwemster Sharron Davies, in 1980 goed voor olympisch zilver op de wisselslag, is sinds 2019 de meest constante stem in het Britse debat en publiceerde in 2023 samen met Craig Lord het boek Unfair Play. Martina Navratilova schreef in februari 2019 in The Sunday Times dat deelname van transvrouwen aan de vrouwencategorie oneerlijk is, en verloor daarop haar ambassadeursrol bij de organisatie Athlete Ally.
De Amerikaanse zwemkampioene Nancy Hogshead, olympisch kampioene in 1984 en later jurist gespecialiseerd in gelijke kansen in de sport, voert al jaren de lijn dat de vrouwencategorie een uitzondering op gelijke behandeling is die alleen werkt als hij op geslacht is gebaseerd. Marathonloopster Paula Radcliffe en de Britse olympiere Mara Yamauchi kozen na hun loopbaan eenzelfde positie. Uit de Verenigde Staten kwamen daar sinds 2022 zwemster Riley Gaines en meerdere studentatletes bij, onder wie de volleybalsters die zich in 2024 rond het seizoen van San Jose State uitspraken.
De stemmen die voor inclusie pleiten
Het beeld is niet eenzijdig. Voetbalster Megan Rapinoe, tweevoudig wereldkampioene, heeft zich meermaals uitgesproken voor deelname van transgender vrouwen aan de vrouwencategorie en noemt uitsluiting een groter kwaad dan het gestelde voordeel. Tennislegende Billie Jean King, historisch de bekendste pleitbezorger van gelijke behandeling in de sport, neemt eenzelfde positie in. De Amerikaanse triatleet Chris Mosier, zelf transgender man, is jarenlang het gezicht geweest van de inclusieve lijn binnen het olympische systeem.
Wat opvalt is dat de argumentatie van beide kampen elkaar zelden raakt. Voorstanders van inclusie leggen de nadruk op het recht om mee te doen, op het kleine aantal betrokken sporters en op het risico dat een categoriegrens uitmondt in controle van vrouwenlichamen. Critici leggen de nadruk op de meetbare prestatiekloof en op de vraag wat een beschermde categorie waard is als de grens vervalt. Beide argumenten kunnen tegelijk waar zijn; dat is precies waarom het een beleidskeuze en geen technische vraag is.
Vraagstelling bepaalt de uitkomst
Wie enquetes onder sporters vergelijkt, moet op de formulering letten. De vraag of transgender mensen mogen sporten levert bijna overal een instemmend antwoord op. De vraag of iemand die de mannelijke puberteit heeft doorgemaakt in de vrouwencategorie mag starten op een kampioenschap levert een heel ander antwoord op. Datzelfde patroon zie je in het bredere publiek, beschreven in het artikel over de publieke opinie over de vrouwencategorie.
Ook het onderscheid tussen breedtesport en topsport is bepalend. Veel sporters zeggen geen enkel bezwaar te hebben tegen deelname bij een recreatieve loop of in een clubteam, maar wel als er een titel, een startbewijs of prijzengeld op het spel staat. Waar die grens in de praktijk ligt, is behandeld in het artikel over het onderscheid tussen breedtesport en topsport.
Wat sporters het vaakst zelf noemen
Uit de verklaringen, interviews en consultaties komen drie thema's steeds terug. Het eerste is de prestatiekloof: sporters merken zelf dat een verschil van enkele procenten in een eindklassering het verschil is tussen een finale en een tribuneplaats. Het tweede is veiligheid, vooral in contact- en vechtsporten en bij balsporten waar de snelheid van het spel telt.
- Eerlijkheid: de gevolgen voor uitslagen, kwalificatie en records.
- Veiligheid: het risico bij tackles, sprints en harde ballen.
- Privacy: kleedkamers, doucheruimtes en hotelkamers op toernooien.
- Zeggenschap: het gevoel dat over hen en niet met hen is besloten.
Het derde thema, privacy in de kleedkamer, is jarenlang het minst besproken maar duikt in Amerikaanse getuigenverklaringen steevast op. Dat onderwerp reikt verder dan de sport en wordt uitgebreider behandeld op de zustersite over kleedkamers en andere ruimtes voor vrouwen.
En de Nederlandse sporters?
Voor Nederland is de oogst mager. Er bestaat geen openbare, representatieve peiling onder Nederlandse topsportsters over dit onderwerp. De lijn van NOC*NSF en de meeste bonden is tot nu toe gericht op laagdrempelige deelname in de breedtesport, waarbij de internationale reglementen bepalend zijn zodra het om kampioenschappen gaat. Wat dat concreet betekent, staat in het overzicht van het beleid van Nederlandse sportbonden.
Dat er in Nederland weinig gepubliceerd is, betekent niet dat er geen mening is. Het betekent vooral dat niemand het systematisch heeft gevraagd. Een anonieme enquete onder geselecteerde topsporters, uitgevoerd door een onafhankelijke partij, zou het debat hier binnen enkele maanden op feiten kunnen baseren in plaats van op aannames.
Wat bonden hiermee kunnen
De praktische les uit de afgelopen jaren is eenvoudig. Bonden die hun leden serieus consulteerden, kwamen tot ander beleid dan bonden die dat niet deden. World Rugby, World Aquatics en British Cycling wijzigden hun reglement mede op basis van wat sporters zeiden; bonden die alleen naar juridische adviseurs luisterden, kwamen jaren later alsnog terug op hun besluit.
Consultatie is bovendien geen stemming. Bonden houden de verantwoordelijkheid voor de afweging tussen eerlijkheid, veiligheid en inclusie, en die afweging kan legitiem anders uitvallen dan de meerderheid van hun leden wil. Maar een beleid dat is opgesteld zonder de betrokkenen te horen, verliest gezag zodra de eerste casus zich aandient. Meer achtergrond bij dat spanningsveld staat op de themapagina over eerlijke competitie.
Bronnen
- BBC Sport (2022). Elite British Sportswomen's Survey, onderdeel over transgender deelname aan de vrouwencategorie.
- UK Sports Councils Equality Group (september 2021). Guidance for Transgender Inclusion in Domestic Sport.
- World Rugby (oktober 2020). Transgender Guidelines, inclusief verslag van de workshop van februari 2020.
- British Cycling (mei 2023). Transgender and Non-Binary Participation Policy.
- Navratilova, M. (februari 2019). Opiniestuk in The Sunday Times.
- Davies, S. en Lord, C. (2023). Unfair Play: The Battle for Women's Sport.
- IOC (november 2021). Framework on Fairness, Inclusion and Non-Discrimination on the Basis of Gender Identity and Sex Variations.
Redactie Gendersport.nl
Onafhankelijke redactie die sportwetenschap, systematische reviews en officiële reglementen toegankelijk samenvat. Informatief, geen juridisch of sportmedisch advies. Laatst bijgewerkt op 15 juli 2025.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.
Meer over Eerlijke competitie

Eerlijke competitie
Transvrouwen in de vrouwensport: het debat helder uitgelegd
Een genuanceerd overzicht van het debat over transvrouwen in de vrouwensport: wat de wetenschap zegt over prestatievoordeel, hoe eerlijkheid, veiligheid en inclusie botsen, en welke keuzes bonden maken.

Eerlijke competitie
Eerlijkheid in de vrouwensport: waarom een beschermde categorie bestaat
Waarom kent de sport een aparte vrouwencategorie op basis van biologisch geslacht, en wat staat er op het spel als de eerlijkheid daarvan onder druk komt te staan?

Eerlijke competitie
Transgender en veiligheid in contactsport: kracht, massa en blessurerisico
In contact- en vechtsport zoals rugby, judo en boksen tellen verschillen in kracht, massa en snelheid direct mee in het blessurerisico. Wat betekent dat voor transvrouwen in de vrouwencategorie?